In onze eerdere blog Handhaving schijnzelfstandigheid in 2026 gingen we in op wat de handhaving van de DBA-wet vanaf 2026 in de praktijk betekent voor zzp’ers en opdrachtgevers.
Op 10 december 2025 heeft het kabinet een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd over het werken met en als zelfstandigen. Onderdeel van deze brief is een overzicht van de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Daarbij worden actuele cijfers gedeeld over het aantal bedrijfsbezoeken, boekenonderzoeken en de inzet van capaciteit. Deze cijfers laten zien hoe het toezicht er nu al uitziet.
Uit de voortgangsbrief blijkt dat de Belastingdienst in 2025 (tot en met oktober):
842 bedrijfsbezoeken heeft uitgevoerd
237 boekenonderzoeken is gestart
269 verzoeken verzekeringsplicht heeft behandeld
met een structurele inzet van 80 fte
Ter vergelijking: in 2024 ging het om 1.115 bedrijfsbezoeken en 312 boekenonderzoeken. Het toezicht is dus niet nieuw, maar wél structureel georganiseerd.
Een bedrijfsbezoek is meestal een oriënterend gesprek. De Belastingdienst kijkt hoe de inhuur van zelfstandigen is ingericht en geeft toelichting op wet- en regelgeving. Pas wanneer er duidelijke risico’s op schijnzelfstandigheid zijn, volgt een boekenonderzoek.
Opvallend is dat de Belastingdienst in de voortgangsbrief aangeeft dat veel opdrachtgevers na een bedrijfsbezoek vrijwillig hun processen aanpassen of arbeidsrelaties alsnog correct verwerken in de loonadministratie. Die effecten worden niet altijd als afzonderlijk handhavingsresultaat geregistreerd, maar maken wél onderdeel uit van het toezicht.
Het kabinet benadrukt dat het aantal controles niet fors is opgevoerd. De handhaving is risicogericht en vindt plaats in alle sectoren waar met zelfstandigen wordt gewerkt, waaronder ook bouw en techniek. De inzet van 80 fte verloopt volgens planning en is geen tijdelijke maatregel.
Naast handhavingscijfers bevat de voortgangsbrief ook analyses van arbeidsmarkteffecten. Op basis van gegevens van de KVK, fiscale aangiften en de Enquête Beroepsbevolking ziet het kabinet een duidelijke trend:
meer zzp’ers bouwen hun activiteiten af
meer zelfstandigen gaan (meer) uren in loondienst werken
Deze verschuiving is niet rechtstreeks toe te schrijven aan controles, maar laat zien dat aangescherpte handhaving en communicatie effect hebben op het gedrag in de markt.
De cijfers laten zien dat toezicht op schijnzelfstandigheid structureel en sectorbreed plaatsvindt. Voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers blijft gelden dat niet alleen het contract telt, maar vooral de uitvoering van de samenwerking doorslaggevend is.
Met het vervallen van de zachte landing per 1 januari 2026 wordt het belang van een juiste inrichting van arbeidsrelaties alleen maar groter. Tijdig inzicht helpt om discussies, correcties en financiële risico’s te voorkomen.
Op 18 december spreken de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën met de Tweede Kamer verder over het zzp-beleid. Daarbij komt onder meer de vraag aan de orde hoe de verdere invulling en doorzetting van de zogenoemde zachte landing van de Wet DBA zal plaatsvinden, zoals gevraagd in een eerder aangenomen motie.
Wij blijven deze ontwikkelingen volgen en houden jullie op de hoogte.